ECLI:NL:RBLIM:2023:1632
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling aanvullende beurs op nihil vanwege inkomen vader
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de minister om haar aanvullende beurs voor de periode april tot en met december 2022 op nihil vast te stellen, waarbij rekening werd gehouden met het inkomen van haar vader. Zij stelde dat haar vader sinds 2007 geen financiële bijdrage levert en dat het onrealistisch is om zijn inkomen mee te nemen bij de berekening. Volgens eiseres had haar zus in vergelijkbare omstandigheden wel een aanvullende beurs gekregen.
De minister verwees naar de wettelijke regeling dat een aanvraag tot loskoppeling van het inkomen van een ouder vereist is om het inkomen van die ouder buiten beschouwing te laten. Eiseres had een dergelijke aanvraag niet ingediend, waardoor de minister het inkomen van beide ouders heeft meegenomen.
De rechtbank stelde vast dat de loskoppelingsregeling in artikel 3.14 van de Wet studiefinanciering 2000 alleen toepassing vindt indien aan de voorwaarden, waaronder het indienen van een aanvraag, is voldaan. Omdat eiseres geen aanvraag had ingediend, kon het inkomen van haar vader niet buiten beschouwing worden gelaten. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot vaststelling van de aanvullende beurs op nihil is ongegrond verklaard.