Opposante stelde beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Venlo, maar dit beroep werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. Tegen deze uitspraak stelde opposante verzet in, stellende dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege gezondheidsklachten, communicatieproblemen en druk vanuit het bestuursorgaan.
De rechtbank beoordeelde het verzet en stelde vast dat het beroep ruim twee jaar na het bestreden besluit was ingediend. Hoewel de rechtbank erkende dat opposante gezondheidsklachten en spanningen had, vond zij de onderbouwing onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De omstandigheden verschilden wezenlijk van eerdere zaken waarin verschoonbaarheid werd aangenomen.
De rechtbank benadrukte dat het belang van opposante bij inhoudelijke behandeling geen rol speelt bij de beoordeling van verschoonbaarheid. Gezien het grote tijdsverloop en het ontbreken van concrete onderbouwing werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.