De zaak betreft een verzoek van woningstichting Heemwonen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder], medewerker bedrijfsondersteuning, op basis van de cumulatiegrond (i-grond) bestaande uit de d- en g-grond. Heemwonen stelde dat [verweerder] onvoldoende functioneerde en dat de arbeidsverhouding verstoord was.
Uit de feiten blijkt dat [verweerder] sinds 2000 bij Heemwonen werkzaam was en tot 2020 zijn functioneren als voldoende werd beoordeeld, met een waardering van gemiddeld een 6. Vanaf 2020 werd het functioneren kritischer bekeken, mede door bedrijfsorganisatorische veranderingen waardoor zijn functie zou vervallen. Ondanks coachingstrajecten en een HBO-opleiding, zou [verweerder] onvoldoende initiatief tonen en te weinig assertief zijn.
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever onvoldoende concreet heeft gemaakt dat sprake is van disfunctioneren volgens de functie-eisen, mede omdat onduidelijk is of het functioneren is beoordeeld aan de hand van een functiebeschrijving. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de arbeidsverhouding ernstig verstoord is. Bovendien is het coachingtraject voortijdig beëindigd door de werkgever, wat niet getuigt van goed werkgeverschap.
De conclusie is dat er onvoldoende feitelijke grondslag is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op basis van de i-grond. Het verzoek wordt afgewezen en Heemwonen wordt veroordeeld in de proceskosten van €793,-.