ECLI:NL:RBLIM:2023:1896
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onttrekking op- en afritten A76 bij Nuth en Schinnen aan openbaar verkeer
Bij Koninklijk Besluit heeft verweerder besloten de op- en afritten naar de A76 bij Nuth en Schinnen, waaronder afrit 4, aan het openbaar verkeer te onttrekken. Eiseres, een loonbedrijf gevestigd nabij afrit 4, stelde dat dit besluit haar belangen onvoldoende heeft meegewogen en dat het leidt tot verslechtering van verkeersveiligheid en bereikbaarheid.
De rechtbank overwoog dat de nieuwe aansluiting van de Buitenring Parkstad Limburg (BPL) op de A76 noodzakelijk is en dat het handhaven van de bestaande afritten niet wenselijk is vanwege verkeersveiligheid en de richtlijn ontwerp autosnelwegen 2019. Het verkeerskundig onderzoek bij het onherroepelijke provinciaal inpassingsplan (PIP) toonde aan dat de verkeersveiligheid in de regio met de BPL is verbeterd.
Het rapport van de verkeersdeskundige van eiseres kon het PIP-onderzoek niet ontkrachten. De rechtbank stelde vast dat de verkeersproblemen op het onderliggend wegennet onder verantwoordelijkheid van provincie en gemeente vallen, niet van verweerder. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de langere reistijd onaanvaardbaar is of dat de scherpe bocht gevaarlijk is.
Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid het algemeen belang van verkeersveiligheid zwaarder mocht laten wegen dan het belang van eiseres bij het openhouden van afrit 4. Er is geen strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep is ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de onttrekking van de op- en afritten van de A76 bij Nuth en Schinnen is ongegrond verklaard.