Verzoekster, Duisburger Hafen AG, diende een wrakingsverzoek in tegen rechter K.M.J.A. Smitsmans van de rechtbank Limburg vanwege diens eerdere werkzaamheden als advocaat voor de Provincie Limburg. De rechter had in 2020 nog een kort gedingprocedure voor de Provincie Limburg behandeld, terwijl de huidige zaak sinds april 2022 door hem wordt behandeld.
De rechter had voorafgaand aan de zaak afgewogen of hij kon plaatsnemen, maar vond zijn eerdere betrokkenheid onvoldoende reden om zich te verschonen. De wrakingskamer oordeelde echter dat de rechter onvoldoende rekening hield met de schijn van vooringenomenheid die dit kan oproepen, mede gelet op de korte tijdsduur tussen zijn advocatenwerk en zijn rechterlijke functie.
De wrakingskamer benadrukte dat rechters geacht worden onpartijdig te zijn, maar dat bij eerdere betrokkenheid als advocaat binnen drie tot vijf jaar een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid kan bestaan. Gezien de feiten achtte de kamer het wrakingsverzoek gegrond en verklaarde de wraking van de rechter.