Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verdere verloop van de procedure
- het tussenvonnis van 16 november 2022;
- de uitlating na tussenvonnis van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ;
- de antwoordakte met productie 16 van Limburg Tegelwerken.
Rechtbank Limburg
In deze civiele zaak tussen twee besloten vennootschappen staat centraal of Limburg Tegelwerken terecht meerwerkfacturen betwist omdat deze niet zijn gebaseerd op ondertekende opdrachtbonnen. Eiseres stelt dat het werk na de oorspronkelijke opdracht van 5 mei 2017 is gewijzigd en dat partijen overeenstemming hadden over de gewijzigde kosten. Zij wijst op meerdere betalingen door Limburg Tegelwerken die betrekking zouden hebben op dat meerwerk, ondanks het ontbreken van formele opdrachtbonnen.
Limburg Tegelwerken voert verweer dat zonder getekende opdrachtbon geen sprake kan zijn van meerwerk en betwist dat er daadwerkelijk gewijzigd werk is verricht. De rechtbank overweegt echter dat het ontbreken van opdrachtbonnen en vermelding van meerwerk in facturen niet uitsluit dat meerwerk heeft plaatsgevonden, zeker gezien de betalingen die hoger zijn dan de oorspronkelijke factuur en zonder duidelijke betalingskenmerken.
De rechtbank stelt dat eiseres geslaagd is in het bewijs dat er meerwerk is verricht en dat Limburg Tegelwerken zich niet kan beroepen op de schriftelijke goedkeuringsclausule. Omdat Limburg Tegelwerken het bedrag van €33.033,-- aan meerwerk betwist, krijgt eiseres gelegenheid dit nader te onderbouwen, waarna Limburg Tegelwerken kan reageren. De zaak wordt aangehouden tot nader order.
Uitkomst: Eiseres krijgt gelegenheid om meerwerk nader te onderbouwen; verdere beslissing wordt aangehouden.