Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord en de daarbij overgelegde productie 29
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 7 november 2022
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen een erfgenaam en de vereffenaar van een nalatenschap over de omvang van het erfdeel en de waarde van de nalatenschap. De erfgenaam betwist de door de vereffenaar vastgestelde waarde en vordert deskundigenonderzoeken naar de waarde van onroerende zaken, ondernemingsvermogen en voertuigen, alsmede betaling van zijn erfdeel.
De vereffenaar baseert zich op de aangifte erfbelasting die door een professioneel belastingadvieskantoor is gedaan en door de Belastingdienst is goedgekeurd. Zij stelt dat zij niet beschikt over andere gegevens en dat de erfgenaam de stelplicht en bewijslast draagt voor zijn vorderingen.
De rechtbank oordeelt dat de erfgenaam een rechtmatig belang heeft bij informatieverstrekking, maar dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de door de vereffenaar gehanteerde waarden onjuist zijn. De aangifte erfbelasting en de goedkeuring door de Belastingdienst maken de juistheid aannemelijk. Ook de door de erfgenaam overgelegde stukken bieden onvoldoende grond voor nader onderzoek.
Daarom wijst de rechtbank de gevorderde deskundigenonderzoeken en betaling af. De erfgenaam wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de vereffenaar worden vastgesteld en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de erfgenaam af en veroordeelt hem in de proceskosten.