De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige dochter te beëindigen en het omgangsrecht van de vader te ontzeggen. Sinds oktober 2021 is er geen contact meer tussen de vader en het kind, nadat een incident leidde tot het stopzetten van de co-ouderschapsregeling. De vader reageert niet op pogingen tot contact en geeft geen invulling aan zijn rol als gezaghebbende ouder.
Het kind, inmiddels 15 jaar, wil geen contact meer met haar vader vanwege zijn verslavingsproblematiek en de onveilige situatie bij hem thuis. De moeder ervaart praktische en emotionele belemmeringen in de uitoefening van het gezag door de onbereikbaarheid van de vader. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert de verzoeken van de moeder toe te wijzen.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden die het beëindigen van het gezamenlijk gezag rechtvaardigen. Tevens is het ontzeggen van het omgangsrecht passend gezien het ernstige nadeel dat omgang met de vader voor het kind oplevert. De beschikking wordt daarom toegewezen en het gezag wordt aan de moeder alleen toegekend.