ECLI:NL:RBLIM:2023:2156
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens onvoldoende noodzaak
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de rechtbank om een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige vanwege een ernstig bedreigde ontwikkeling, waaronder angst en post-traumatische stressklachten. De GI stelde dat de moeder onvoldoende meewerkt aan noodzakelijke hulpverlening, waardoor uithuisplaatsing noodzakelijk zou zijn.
De moeder betwistte dit en gaf aan open te staan voor hulpverlening en voldoende pedagogische vaardigheden te hebben. De vader stemde in met het verzoek van de GI. De rechtbank constateerde dat de GI zich niet aan eerdere opdrachten had gehouden, terwijl de moeder wel meewerkte aan onderzoeken en begeleiding. De moeder heeft een warme band met de minderjarige en werkt mee aan hulpverlening.
De kinderrechter concludeerde dat niet is komen vast te staan dat uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de minderjarige. De moeder en vader zijn bereid mee te werken aan de noodzakelijke hulpverlening. Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige is afgewezen wegens onvoldoende noodzaak.