Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 2 tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte mitsdien hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 1.317,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening. Voornoemd bedrag betreft vergoeding van materiële schade;
- wijst de vordering ter vergoeding van immateriële schade af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van € 1.317,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening.
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 23 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door mededader Yildirim is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag te betalen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] volledig toe en veroordeelt de verdachte mitsdien hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van een bedrag van € 2.606,33 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening. Voornoemd bedrag betreft vergoeding van materiële schade;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] van een bedrag van € 2.606,33, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening.
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 36 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door mededader Yildirim is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag te betalen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam] af;
- veroordeelt [slachtoffer 17] in de kosten door de verdachte in het kader van deze procedure gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 17] af;
- veroordeelt [slachtoffer 17] in de kosten door de verdachte in het kader van deze procedure gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
mr. C.J.M. Brands, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.H.J. Muijlkens, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 maart 2023.