Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 2 tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
Benadeelde partij [aangever 1] en de schadevergoedingsmaatregel
- wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte mitsdien hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 1] van een bedrag van € 1.317,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening. Voornoemd bedrag betreft vergoeding van materiële schade;
- wijst de vordering ter vergoeding van immateriële schade af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [aangever 1] van een bedrag van € 1.317,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening.
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 23 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door [medeverdachte] is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag te betalen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 3] volledig toe en veroordeelt de verdachte mitsdien hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 3] van een bedrag van € 2.606,33 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening. Voornoemd bedrag betreft vergoeding van materiële schade;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [aangever 3] van een bedrag van € 2.606,33, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening.
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 36 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door [medeverdachte] is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag te betalen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] af;
- veroordeelt [slachtoffer 3] in de kosten door de verdachte in het kader van deze procedure gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 12] af;
- veroordeelt [aangever 12] in de kosten door de verdachte in het kader van deze procedure gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.