Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Limburg, locatie Maastricht, verder te noemen de raad.
1.Het procesverloop
- mr. Poelman;
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een verzoek van de moeder om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) die het contact met haar minderjarige kind beperkt, geheel te laten vervallen en een ruimere contactregeling vast te stellen. De minderjarige verblijft in een gezinshuis onder toezicht van de GI vanwege haar kwetsbare medische toestand.
De GI had de contacten beperkt tot eenmaal per week één uur onder begeleiding van AnaCare, maar heeft nagelaten essentiële stukken zoals het plan van aanpak en verslagen van AnaCare te overleggen. De moeder betwist de motivering van de GI, die stelt dat ouders onvoldoende leerbaarheid tonen en niet aansluiten bij de behoeften van het kind.
De kinderrechter oordeelt dat de GI bevoegd was tot het geven van de aanwijzing, maar onvoldoende heeft onderbouwd waarom de contactbeperking noodzakelijk is. De beperkte contactduur is onvoldoende gemotiveerd en de GI heeft nagelaten de gevraagde verslagen te overleggen, wat voor haar risico komt. Gezien de medische toestand van de minderjarige acht de rechter begeleid contact noodzakelijk en stelt een regeling vast waarbij de moeder minimaal tweemaal per week één uur contact kan hebben.
De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het verzoek tot een ruimere regeling wordt afgewezen. De GI wordt geacht beide ouders te betrekken bij de contactregeling, ook al is alleen de moeder gezagsbekleedster.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing wordt vervallen verklaard en een begeleide contactregeling van minimaal tweemaal per week één uur wordt vastgesteld.