Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter zitting van 15 maart 2023;
- de aangifte van [benadeelde partij 1]
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter zitting van 15 maart 2023;
- de aangifte van [benadeelde partij 1]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
.
6.Geen oplegging van een strafrechtelijke maatregel
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde partij 3] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 2.272,13, terzake van ‘omzetderving’, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
- wijst de overige gevorderde ‘omzetderving’ af;
- bepaalt dat de benadeelde partij, voor zover de vordering betrekking heeft op de ‘gedode koikarpers’, niet ontvankelijk is;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 3] , van een bedrag van € 2.272,13, voormeld bedrag bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 32 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt de [benadeelde partij 1] in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- bepaalt dat de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
- veroordeelt de [benadeelde partij 2] in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
BIJLAGE I: De tenlastelegging