Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- verzoekster, vertegenwoordigd door haar bestuurder [naam bestuurder] , bijgestaan door haar gemachtigde en mr. N.P.F.E. van der Peet, advocaat te Maastricht;
- de rechter (via Teams-verbinding).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die een tussenvonnis had gewezen in een civiele procedure. Zij stelde dat de rechter vooringenomen was omdat deze een verrassende eindbeslissing had genomen zonder voldoende partijdebat.
De rechter betwistte de wraking en stelde dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien het wrakingsverzoek pas twaalf tot dertien dagen na het tussenvonnis werd ingediend. De wrakingskamer bevestigde dat een wrakingsverzoek onmiddellijk na bekendwording van de feiten moet worden ingediend, met slechts een korte beraadtermijn toegestaan.
Verzoekster voerde aan dat de termijn nodig was voor een zorgvuldige analyse en overleg met advocaten, maar de wrakingskamer oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheden vormden die het tijdsverloop rechtvaardigen.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en is er niet inhoudelijk op het verzoek ingegaan. De wrakingskamer zag ook geen aanleiding om een volgend wrakingsverzoek te weigeren wegens misbruik van recht.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening.