Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
e-mail meermalen met de dood heeft bedreigd;
e-mail meermalen met de dood heeft bedreigd;
3.De beoordeling van het bewijs
op 10 januari 2022, afzender: [e-mailadres 1] :
op 30 januari 2022, afzender: [e-mailadres 1] :
op 6 februari 2022, afzender: [e-mailadres 1] :
op 30 januari 2022, afzender: [e-mailadres 1] :
op 6 februari 2022, afzender: [e-mailadres 1] :
op 19 februari 2022, afzender: [e-mailadres 1] :
op 19 februari 2022, afzender: [e-mailadres 1] :
op 24 februari 2022, afzender: [e-mailadres 1] :
"Ik pak levenslang als ik klaar ben met jou...” "Ik ga je kanker vloeibaar slaan nadat ik je met een mes heb bewerkt......” "Jullie kankerhoofden zullen doorzeefd worden...jij bent het toetje...” ”ik kom jou doden”; [13]
op 24 februari 2022, afzender: [e-mailadres 1] :
op 28 februari 2022, afzender: [e-mailadres 2] :
e-mails.” [22]
op 3 februari 2022, afzender: [e-mailadres 1] :
e-mailadres: [e-mailadres 5] :
- [slachtoffer 5] mensen die bij mij hebben ingebroken extreem laag straffen. Vuilecorruptepolitiehelmondhoer. Danekistemanmijoplichten. Jijkkcassatie18
- Ik zwaar aantoonbare onterechte veroordelingen, ternauwernood steeds ontsnappen aan de dood, [slachtoffer 5] en [naam 2] ten kosten van mij nieuwe ban
- Je had zeker moeten zijn dat ik dood ging met politie. Nu zullen jullie zelf oogsten wat je hebt gezaait 18
- [zin 1]
- [zin 2]
- [zin 3]
- [zin 4]
- [zin 5]
- [zin 6] .
Jij zal sterven voor je medeplichtigheid” ‘Tk zal jou als eerst volgende pakken” ‘Tk heb zwz al jou hele familie in kaart... jij gaat sterven voor je maat... [naam 7] kan aan jou gezin zien wat hem te wachten staat” "Jij bent dood [naam 3] !!!!!!!”. [50]
e-mails aan bij Facebookberichten die door de verdachte zijn geplaatst en bevatten de e-mails inhoud met soortgelijke bewoordingen en opwellende sentimenten als door de verdachte richting de aangevers zijn geuit. Tegenover deze bewijsmiddelen - die sterk wijzen op de betrokkenheid van de verdachte - staat de enkele blote ontkenning van de verdachte, welke ontkenning pas voor het eerst ter terechtzitting wordt gedaan. De rechtbank ziet verder geen begin van aannemelijkheid voor het scenario van de verdachte dat hij vanaf november 2021 geen toegang had tot zijn e-mailaccounts, nog los van het feit dat dit scenario geen steun vindt in het dossier. De rechtbank gaat daarom aan het door de verdachte geschetste scenario voorbij en stelt vast dat verdachte ook na 1 november 2021 de gebruiker is geweest van de
e-mailadres geweest te zijn. De rechtbank acht echter wel bewezen dat de verdachte ook de gebruiker is geweest van dit e-mailadres. De inhoud van de berichten die vanaf dit
e-mails heeft gestuurd naar kantoorgenoten van [slachtoffer 3] , maar ook naar [slachtoffer 3] zelf en dat de verdachte ook bankoverschrijvingen met daarbij in de omschrijving beledigende en bedreigende teksten die zich richtten op [slachtoffer 3] heeft gedaan. De verdachte richtte zich in deze e-mails en overschrijvingen ook op de persoon van [slachtoffer 3] . Dit terwijl [slachtoffer 3] aan de verdachte duidelijk had gemaakt dat hij dit contact niet wenste. Nu de verdachte echter door bleef gaan, waarbij dit contact ook gezien de inhoud ervan steeds specifieker en indringender werd, is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het vereiste van stelselmatigheid (zie ook HR 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3625).
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
“Deze feiten worden bestraft in de bepalingen van de artikelen 285, 285b, 261 en 266 van het wetboek van Nederlands strafrecht en die voor de meest ernstige feiten strafbaar kunnen worden gesteld met een maximale straf van vier jaar opsluiting. (...) Bovendien is dit bevel uitgevaardigd voor feiten waarbij de dader, gezien de bepalingen van het wetboek van Nederlands strafrecht, voor de meest ernstige feiten, een maximale straf van vier jaar opsluiting riskeert. Uit dien hoofde is tevens aan de vastgelegde voorschriften in artikel 695 -12 van wetboek van strafvordering voldaan.”, dan geldt dat de rechtbank in deze passages geen toezegging leest dat aan de verdachte geen tbs (met dwangverpleging) opgelegd zou kunnen worden. Het is kennelijk slechts, onder verwijzing naar strafmaxima, bedoeld als een vaststelling dat aan een voorschrift uit het Franse wetboek van strafvordering is voldaan. Aan de verdachte komt derhalve geen beroep op het vertrouwensbeginsel toe.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.Het beslag
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 tot en met 9 tot een gevangenisstraf van 1 jaar;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] volledig toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 3.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 28 februari 2022 tot aan de dag der gehele voldoening.
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van € 3.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2022 tot aan de dag van de volledige voldoening, en bij niet-betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen gijzeling, met dien verstande dat deze gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
Benadeelde partij [slachtoffer 2] en de schadevergoedingsmaatregel
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] volledig toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van
- € 300,00 ter vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 26 februari 2022 tot aan de dag der gehele voldoening.
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 februari 2022 tot aan de dag van de volledige voldoening, en bij niet-betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen gijzeling, met dien verstande dat deze gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;