ECLI:NL:RBLIM:2023:2573
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herstelvonnis inzake onrechtmatige acceptatie klant door Dexia bij effectenlease
In deze zaak stond centraal of Dexia Nederland B.V. onrechtmatig had gehandeld door een afnemer als klant te accepteren terwijl de tussenpersoon die de klant aanbracht geen vergunning had voor het geven van persoonlijk advies. De kantonrechter oordeelde dat Dexia onrechtmatig had gehandeld en dat zij de door de afnemer geleden schade dient te vergoeden.
Op 15 maart 2023 werd het vonnis gewezen, waarna een herstelverzoek werd ingediend wegens een kennelijke fout in de vermelding van de gemachtigde van de afnemer. De kantonrechter oordeelde dat deze fout eenvoudig te herstellen was en verbeterde de naam van de gemachtigde in het vonnis. Een tweede herstelverzoek van Dexia werd afgewezen omdat het niet voldeed aan de criteria van artikel 31 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering.
De uitspraak bevestigt de onrechtmatigheid van Dexia's handelen en benadrukt het belang van correcte processtukken. Het herstelvonnis zorgt voor een juiste weergave van de gemachtigde, zonder inhoudelijke wijziging van het oordeel over de onrechtmatigheid.
Uitkomst: Het herstelvonnis corrigeert een kennelijke fout in de gemachtigde-naam en bevestigt de onrechtmatigheid van Dexia met schadevergoeding aan de afnemer.