De rechtbank Limburg behandelde de beroepen van Bontrup Vastgoed en Materieel B.V. tegen lasten onder bestuursdwang opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Limburg wegens de opslag van geuremitterend PMD-afval op locaties in Roermond en Brunssum.
Verweerder stelde dat de opslag van geuremitterend PMD-afval niet is toegestaan op grond van de omgevingsvergunningen, omdat in de aanvraag en bijlagen is opgenomen dat alleen niet-geuremitterend PMD-afval mag worden geaccepteerd en uitpandig opgeslagen. Eiseressen voerden aan dat de vergunning geen onderscheid maakt tussen geuremitterend en niet-geuremitterend afval en dat het geuronderzoek van Olfasense aantoont dat de geurnorm wordt gehaald.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag en bijlagen integraal deel uitmaken van de vergunning en dat deze duidelijk stellen dat alleen niet-geuremitterend PMD-afval is toegestaan. De geconstateerde geuremissie door toezichthouders werd als voldoende bewijs gezien, waarbij geen gecertificeerde neus vereist is. Het geuronderzoek toetste aan een geurnorm die niet van toepassing is op PMD-afval. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en aanvullende brandveiligheidseisen faalde eveneens.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en handhaafde de lasten onder bestuursdwang, waarbij eiseressen geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgen.