ECLI:NL:RBLIM:2023:2734
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhaving illegale betonverharding zonder omgevingsvergunning
Eiser maakte beroep tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten vanwege een betonverharding van 230 m2 zonder vereiste omgevingsvergunning. De rechtbank beoordeelde het beroep op het bestreden besluit waarbij verweerder de handhaving inzake de betonverharding in stand hield en een dwangsom oplegde.
De rechtbank stelde vast dat de betonverharding in 1985 zonder vergunning was aangelegd in strijd met het toen geldende bestemmingsplan en dat dit verbod nog steeds geldt onder het huidige bestemmingsplan. Eiser kon niet worden vrijgesteld van overtrederschap omdat hij als huidige eigenaar het in zijn macht heeft de overtreding te beëindigen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de brief uit 2004 van de voormalig burgemeester niet als toezegging kon worden gekwalificeerd en geen rechtmatigheid van de betonverharding bevestigde.
Ook het betoog dat handhaving onevenredig zou zijn vanwege het lange tijdsverloop werd verworpen. De rechtbank oordeelde dat het algemeen belang en het belang van de derde-partij bij handhaving zwaarder wegen dan het belang van eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met behoud van de last onder dwangsom en zonder terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom voor de betonverharding wordt gehandhaafd.