Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Zo is de omstandigheid dat de vele beschadigingen van auto’s in de buurt van de woning van verdachte zijn gepleegd, zoals door de officier van justitie aangevoerd, nietszeggend. Kessel is een klein dorp. De vernielingen zijn gepleegd op diverse plekken in het dorp. Dat maakt dat het voor vrijwel iedere bewoner van Kessel geldt dat er in de buurt van zijn of haar woning auto’s zijn beschadigd.
Dit geldt ook voor het aantreffen van beschadigde auto’s op de wandelroute van verdachte. Kessel werd in die tijd al ruim een jaar geteisterd door deze vorm van vandalisme en uit het dossier komt naar voren dat vele benadeelden de ontstane schade aan de lak van hun auto niet laten herstellen. Het is dan heel goed mogelijk dat er op welke route door Kessel dan ook beschadigde auto’s worden aangetroffen. Dit alles zegt niets over de betrokkenheid van verdachte bij het ontstaan van de schade.
Op de beelden van 27 december 2020 is te zien dat verdachte ongeveer 10 seconden stilstaat op de stoep voor een parkeerplaats waar de Nissan Note in kwestie staat geparkeerd. Verdachte staat met haar rug naar de camera voor de achterzijde van de Nissan Note. Niet te zien is dat verdachte de ruitenwisser vernielt of de afgebroken ruitenwisser in handen heeft of in de tuin gooit, waar hij later is aangetroffen. Niet uit te sluiten is dat zij wel de ruitenwisser afbreekt, maar dat maakt niet dat het feit wettig en overtuigend bewezen is nu de rechtbank op basis van het dossier niet kan vaststellen dat verdachte ook daadwerkelijk de ruitenwisser afbreekt. Bij dit oordeel betrekt de rechtbank dat tevens niet is vast te stellen dat de vernieling op 27 december 2020 is gepleegd nu de mogelijke pleegperiode veel ruimer is en onduidelijk is of de aanwezigheid van verdachte bij de auto de enige verdachte omstandigheid in die gehele pleegperiode is geweest.
4.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
5.De beslissing
- bepaalt dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn;
- veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;