Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 januari 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, verweerder.
[derde-partij], te [vestigingsplaats] ,
Procesverloop
Overwegingen
- het bouwen van een muur/geluidwerende voorziening (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; verder Wabo)
- afwijking van het geldende bestemmingsplan voor de hoogte van de geluidwerende voorziening en voor de vestiging van een bedrijf van categorie 3.2 (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo)
- oprichten van een inrichting voor op- en overslag van diverse reststoffen van keramisch materiaal en aanverwante stoffen uit de keramische sector (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo).
representatievesituatie ten hoogste 41 dB(A) berekend, en in de
maximaal representatievebedrijfssituatie 42 dB(A) voor enkele dagen per maand. Voor de piekbelasting is ten hoogste 70 dB(A) berekend. Voor de woning van eiser is een planologische toetswaarde bepaald voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 44 dB(A). Niet gesteld of gebleken is dat met deze belastingen er geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De berekende geluidniveaus voor de representatieve en maximaal representatieve bedrijfssituatie respecteren de geldende richtwaarden van 50 dB(A) voor ‘gemengd gebied’ op basis van de Handreiking bedrijven en milieuzonering. Voor de piekbelasting wordt de streefwaarde van 65 dB(A) in een aantal punten overschreden, ondanks organisatorische en fysieke maatregelen. In dit kader overweegt de rechtbank echter dat verweerder gemotiveerd van deze streefwaarde kan afwijken tot 70 dB(A). Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de afwijking afdoende gemotiveerd. Verweerder heeft hierbij belang mogen hechten aan de voorheen vergunde situatie, waarin voor het bedrijf op dit perceel ook een maximale piekbelasting van 70 dB(A) was vergund. Verweerder heeft verder in aanmerking genomen dat, anders dan in de voorheen vergunde situatie, alleen sprake is van activiteiten in de dagperiode. De door eiser gestelde overschrijding van geluidnormen ziet de rechtbank niet terug in het geluidrapport, terwijl er ook geen tegenrapport is overgelegd op grond waarvan tot een andere conclusie kan worden gekomen. De beroepsgrond slaagt niet.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2023.