Uitspraak
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiser sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met productie 1
- de brief van 8 maart 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eisers verhuurden bedrijfsruimte aan gedaagde met een huurovereenkomst van vijf jaar, ingaande 1 januari 2021. Partijen hadden een tussentijdse beëindigingsmogelijkheid per 1 juli 2022 afgesproken. Gedaagde liet een huurachterstand en achterstand in energiekosten ontstaan. De huurovereenkomst werd voortijdig beëindigd in 2022 met wederzijds goedvinden.
Eisers vorderden betaling van de huurachterstand, incassokosten en wettelijke rente. Gedaagde voerde verweer tegen de hoogte van de vordering, de einddatum van de huurovereenkomst en stelde een verrekening wegens schade door lekkage. De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst eindigde op 10 mei 2022, de datum van oplevering en sleuteloverdracht.
De kantonrechter wees het verrekeningsverweer af wegens onvoldoende onderbouwing en kende een aangepaste hoofdsom toe na correcties voor borgsom en te veel gefactureerde huur. Incassokosten werden beperkt toegekend tot €40,00 wegens geringe incassohandelingen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €20.774,13 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €20.774,13 plus wettelijke rente en proceskosten na beëindiging huurovereenkomst op 10 mei 2022.