Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt dat dit een typefout is en verstaat [kenteken] ). Ik zag dat de volgende goederen in het voertuig aanwezig waren:
- 1x buitenboordmotor in doos met daarin een brandstoftank (leeg).
de rechtbank begrijpt dat dit een typefout is en verstaat [medeverdachte] )[medeverdachte] . Het was een nummer zonder naam, wij wisten niet wie we aan de lijn hadden. Zij hebben gezegd dat wij iets moesten gaan transporteren. Er werd gezegd dat wij een auto moesten gaan huren. Wij moesten 50 liter benzine tanken in een container. Daarna moesten wij naar een andere locatie rijden. Bij het tankstation hebben wij een foto gemaakt van de auto die wij gehuurd hadden. Deze hebben wij naar hem toegestuurd zodat hij wist hoe de auto eruit zag. Later kwam een persoon naar het tankstation toe en stapte bij ons in de auto. Ik kende deze persoon niet. Toen reden we door naar de volgende locatie en die persoon heeft daar de spullen ingeladen. Toen hebben wij telefonisch een locatie gekregen waar wij de spullen naartoe moesten brengen, van een ander nummer en een ander persoon dan de persoon die de auto heeft ingeladen. Het waren twee telefoontjes, twee verschillende nummers en personen. Ik wist dat ik een boot en vesten om te zwemmen ging vervoeren.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat de straf het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.