Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Limburg
Eiser, voormalig productiemedewerker, kreeg aanvankelijk een WIA-uitkering toegekend op grond van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV beëindigde deze uitkering per 22 maart 2022 omdat uit nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek bleek dat eiser op 21 juni 2021 slechts 25,03% arbeidsongeschikt was.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat niet al zijn klachten waren meegenomen in de beoordeling. De rechtbank oordeelt echter dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek heeft verricht, waarbij de verzekeringsarts B&B alle klachten heeft betrokken en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op overtuigende wijze heeft aangepast. Eiser heeft geen concrete medische onderbouwing gegeven voor zijn stellingen.
De rechtbank benadrukt dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid niet alleen afhangt van de ervaren klachten, maar van objectief medisch onderbouwde beperkingen ten aanzien van arbeid. Gezien de vastgestelde beperkingen acht de rechtbank het terecht dat het UWV de WIA-uitkering beëindigde.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard, en hij krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter M.A. Broekhuis en griffier C.J. Kroon op 14 juni 2023.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is.