ECLI:NL:RBLIM:2023:3602
Rechtbank Limburg
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging geslachtsnaam minderjarige wegens ontbreken juridische grondslag
Eiseres verzocht de minister om de geslachtsnaam van haar minderjarige dochter te wijzigen. De minister wees dit verzoek aanvankelijk toe, maar na bezwaar van derde-partij, die aannemelijk maakte dat de gegevens in de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP) onjuist waren, werd het verzoek alsnog afgewezen. De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van samenwoning in gezinsverband tussen juli 2015 en augustus 2017.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht mocht afwijken van de BRP-gegevens op basis van een processtuk waarin onomstotelijk werd vastgesteld dat partijen wel degelijk samenwoonden in het genoemde tijdvak. Hierdoor voldeed de aanvraag niet aan de voorwaarden van artikel 3, vierde lid, onder d van het Besluit geslachtsnaamswijziging. Omdat de juridische grondslag ontbrak, hoefde de minister geen belangenafweging te maken.
Eiseres kon met haar stelling dat de passage anders geïnterpreteerd moest worden, niet doordringen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd ter zitting gedaan door rechter G. Leijten en griffier B.A.E.I. van Hooff.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard en het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige is afgewezen.