Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
niet altijdde gebruiker van dit Encrochat-account is geweest, bepaald onvoldoende om die mogelijkheid bij de beoordeling van de feiten te betrekken. De rechtbank neemt dan ook als vaststaand aan dat alle gesprekken van ‘ [Verdachte] ’ door de verdachte zijn gevoerd. En deze gesprekken kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden begrepen dan dat zij betrekking hebben op de invoer van hennep vanuit Spanje naar Nederland, waarbij het de rechtbank ambtshalve bekend is dat met ‘gras’ hennep wordt bedoeld. Van belang is voorts dat de gesprekken over een van de transporten van ‘gras’ vanuit Spanje, volledige bevestiging vinden in de bevindingen omtrent het door de politie op 4 juni 2020 in [Locatie 3] onderschepte transport van hennep. Het transport van 26 april 2020 is weliswaar niet onderschept, maar uit de communicatie volgt glashelder dat dit ook heeft plaatsgevonden, en wel met succes, omdat [Medeverdachte 1] nog dezelfde dag weet te melden dat ‘alles weg’ was. De rechtbank acht kortom beide tenlastegelegde transporten wettig en overtuigend bewezen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 2 tot een gevangenisstraf van 38 maanden;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.