Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[Verdachte] ,
Feiten
Procedure
Bezwaar
- 540 dagen, opgelegd onder onderhavig parketnummer;
- 90 dagen, opgelegd onder parketnummer 20-000831-20;
- 26 dagen, opgelegd onder parketnummer 20-003560-19.
Rechtbank Limburg
De veroordeelde is bij vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden. Het openbaar ministerie heeft besloten de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) te verlenen per 15 juli 2023. De veroordeelde maakte bezwaar tegen de wijze van berekening van de v.i., met name dat een eerdere straf van 90 dagen niet werd meegenomen in de berekening.
De rechtbank oordeelt dat de mededeling dat deze straf niet wordt betrokken geen formele beslissing is waartegen bezwaar kan worden gemaakt op grond van artikel 6:6:8 Sv Pro. De rechtbank stelt vast dat het bezwaar zich richt op een beslissing die niet tot de limitatief opgesomde bezwaargronden behoort.
De rechtbank overweegt dat het niet haar taak is om de precieze duur of ingangsdatum van de v.i. vast te stellen en verwijst naar de mogelijkheid van een kort geding voor verdere procedure. Daarom verklaart de rechtbank het bezwaar niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar tegen de berekening van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet-ontvankelijk.