Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Beschikking afwijzing verzoek instelling mentorschap
[verzoekster] ,
[betrokkene] ,
procedure
- de verzoekster, vergezeld van [naam 1] ,
- mevrouw [naam 2] namens de zorginstelling waar de betrokkene verblijft.
Rechtbank Limburg
De kantonrechter heeft een verzoek tot instelling van een mentorschap behandeld ten behoeve van een ernstig verstandelijk beperkte betrokkene met autismespectrumstoornis en beginnende dementie. De verzoekster, die al jarenlang de gezondheidsrechtelijke belangen van de betrokkene behartigt, diende het verzoek in op aanraden van de zorginstelling waar de betrokkene verblijft.
Tijdens de zitting is gebleken dat de zorginstelling op basis van artikel 7:465 BW Pro de wettelijke vertegenwoordiging van de betrokkene voldoende geborgd acht. De vermogensrechtelijke belangen worden al behartigd door een bewindvoerder. De kantonrechter concludeert dat het instellen van een mentorschap geen toegevoegde waarde heeft boven deze minder ver strekkende maatregel.
De kantonrechter heeft het verzoek daarom afgewezen, omdat niet is gebleken dat de zorg van een goed hulpverlener niet kan worden gewaarborgd binnen de huidige wettelijke regeling. De beschikking is uitgesproken door kantonrechter W.F.J. Aalderink.
Uitkomst: Het verzoek tot instelling van een mentorschap wordt afgewezen omdat de wettelijke vertegenwoordiging via artikel 7:465 BW en bewindvoering voldoende is.