Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
,te weten ernstige brandwonden in het gelaat en/of over het lichaam heeft toegebracht door een hoeveelheid hete olie in het gelaat en/of over het lichaam van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te gooien.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
hij liever naar de gevangenis gaat dan terug naar zijn thuisland’. Een gruwelijke gedachte dat de verdachte kennelijk zijn eigen belang vooropstelt ten koste van mensenlevens. De verdachte heeft ter terechtzitting weliswaar spijt betuigd, maar de rechtbank kan deze spijtbetuiging echt niet los zien van zijn eerdere verklaringen. In die verklaringen heeft de verdachte zijn ware intenties geopenbaard. Afgezet tegen deze intenties is zijn spijt niets waard.
"Aan de buitengrens en bij aanvraag Visa: weigering van toegang tot het grondgebied. In het binnenland: aanhouden overeenkomstig het nationale recht en voorgeleiden voor de bevoegde autoriteit ter verwijdering van betrokkene uit het Schengengebied”. Dit roept vragen op. Niet alleen bij de slachtoffers en de maatschappij, maar ook bij de rechtbank. Hoe kan het dat de verdachte, gezien het voorgaande, nog steeds in een azc verbleef? De rol van de rechtbank is bij dit alles beperkt. De rechtbank kan de verdachte immers niet terugsturen naar zijn land van herkomst, zoals door het slachtoffer [slachtoffer 1] in haar slachtofferverklaring wordt geopperd. Wat de rechtbank wel kan en ook zal doen is een forse straf opleggen om het signaal af te geven dat dit gedrag absoluut onacceptabel is.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
€ 7.650,90ter vergoeding van materiële schade en een bedrag van
- verklaart de benadeelde partij ten aanzien van het meergevorderde aan materiële schadevergoeding
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.
Benadeelde partij [slachtoffer 2] en de schadevergoedingsmaatregel
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.
Beslag
verklaart verbeurdde volgende in beslag genomen voorwerpen:
- de flessen met goednummers 1480500, 1480501, 1480502, 1480503, 1480504 en 1480505;
- de aansteker met goednummer 1480498.