Verzoekster diende twee aanvragen in voor omgevingsvergunningen voor de verbouwing van een verzorgingshuis tot appartementen. Deze werden door het college van burgemeester en wethouders van Simpelveld afgewezen op grond van de Wet Bibob wegens ernstig gevaar dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor strafbare feiten. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van onverwijlde spoed, omdat het financieel belang onvoldoende onderbouwd was en het bestreden besluit geen onomkeerbare gevolgen veroorzaakte. Daarnaast werd het verzoek tot voorlopige toestemming voor de bouwwerkzaamheden als te verstrekkend beoordeeld zonder uitzonderlijke omstandigheden.
Ook werd geoordeeld dat het besluit niet evident onrechtmatig was. De feiten waarop het besluit was gebaseerd, hoewel meer dan zes jaar oud, mochten volgens de jurisprudentie en de Leidraad Bibob worden betrokken bij de beoordeling van het ernstig gevaar. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit.