Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De verdere procedure
- een vertegenwoordigster van de GI;
- de minderjarige [minderjarige] en de bijzondere curator;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- de pleegmoeder, als informant.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige uit het netwerkpleeggezin van haar oma naar volledige plaatsing bij haar vader. De minderjarige verblijft sinds november 2022 bij de pleegmoeder vanwege een verstoorde relatie met haar moeder. De bijzondere curator en betrokken hulpverleners geven aan dat de minderjarige veilig is in het pleeggezin en daar rust en stabiliteit ervaart.
De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek vanwege communicatieproblemen en zorgen over transparantie, terwijl de moeder pleegmoeder beschuldigt van geestelijke mishandeling, wat niet wordt ondersteund door andere betrokkenen. De vader is een stabiele factor, maar het is onduidelijk hoe praktische zaken zoals vervoer en zorg voor het kind van de minderjarige geregeld worden bij volledige plaatsing bij hem.
De kinderrechter overweegt dat het belang van de minderjarige het beste wordt gediend door haar verblijf bij de pleegmoeder voort te zetten, mede omdat zij daar zelf wil blijven en daar rust en stabiliteit ervaart. Een 50/50 verblijfsregeling wordt besproken, maar de gecertificeerde instelling gaat hier niet in mee. De kinderrechter wijst daarom het verzoek tot volledige uithuisplaatsing af.
De ondertoezichtstelling loopt nog en terugkeer naar de moeder is niet in het belang van de minderjarige vanwege de verstoorde relatie. De bijzondere curator is hiermee taakvoltooid, tenzij hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader wordt afgewezen.