Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
[naam vergunninghouder], te [woonplaats]
Procesverloop
Beslissing
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Limburg
Vergunninghouder diende een aanvraag in voor het vervangen van een berging op zijn perceel, bedoeld voor opslag van tuinafval, praktijkinventaris en patiëntgegevens. De gemeente weigerde aanvankelijk de vergunning vanwege strijd met het bestemmingsplan, maar herzag dit besluit later en verleende alsnog de vergunning.
Eiser, de achterbuurman, maakte bezwaar tegen de toegang aan de achterzijde en het gebruik van het aangrenzende pad, uit vrees voor aantasting van privacy, veiligheid en wooncomfort. Hij vreesde ook dat de berging als garagebox zou worden gebruikt of dat er gevaarlijke opslag zou plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat de aanvraag beoordeeld moet worden zoals ingediend en dat de berging binnen het bestemmingsplan valt, aangezien deze ten dienste staat van een toegestane mondzorgpraktijk. Er is geen reden om aan te nemen dat de berging anders zal worden gebruikt dan aangevraagd. Het gebruik van het pad valt buiten het bestreden besluit en is een civielrechtelijke kwestie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de vergunning in stand blijft en de berging gebouwd mag worden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de berging wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.