Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordigster van de raad.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van de vader om het gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind te beëindigen en het gezag aan hem toe te kennen. De minderjarige, met Ugandese nationaliteit, verblijft sinds 2019 in Nederland bij de vader, nadat de moeder vertrokken was en geen contact meer had met het kind. De moeder was niet verschenen tijdens de zitting en voerde geen verweer.
De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag volgens het recht van Uganda van rechtswege aan beide ouders toekwam. Echter, gezien de langdurige afwezigheid van de moeder en het feit dat zij geen verantwoordelijkheid meer neemt, achtte de rechtbank het in het belang van het kind om het gezag aan de vader toe te wijzen. De minderjarige zelf gaf aan hiermee akkoord te zijn.
De rechtbank wees het verzoek van de vader toe, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en beval dat de gewijzigde gezagssituatie wordt geregistreerd in het centrale gezagsregister. Het subsidiaire verzoek tot vervangende toestemming voor naturalisatie werd niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het gezag wordt toegewezen aan de vader.