Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 januari 2023 in de zaken tussen
1.1) [naam 1] [naam 2] uit [woonplaats 1] ,
[naam 3]en
[naam 4]uit [woonplaats 1] ,
[naam 5],
[naam 6]uit [woonplaats 1] ,
[naam 7]uit Papenhoven,
[naam 8]en
[naam 9]uit [woonplaats 2] ,
[naam 10]en
[naam 11]uit [woonplaats 3]
Overslagbedrijf Haven Born B.V.uit Born
Katoen Natie Limburg B.V.en
[naam bv]uit Elsloo
[naam 12]uit [woonplaats 2] ,
[naam 13],
[naam 14],
[naam 15],
[naam 16]uit Holtum en
[naam 17]uit [woonplaats 3]
Euregio Recycling B.V.uit Born
[naam 18]uit [woonplaats 4]
Windpark Holtum-Noord B.V.en
ENGIE Energie Nederland B.V.uit Zwolle (vergunninghouders).
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
19 december 2019 van Royal HaskoningDHV (hierna: m.e.r.-beoordelingsnotitie). Het maatwerkvoorschrift is inmiddels onherroepelijk.
Beoordeling door de rechtbank
verleendeomgevingsvergunning. Dat zou betekenen dat onderhavig windturbinepark onder de overbruggingsregeling zou vallen. Blijkens de toelichting op de overbruggingsregeling [12] en Kamerstuk 33612, nr. 79 (brief van de minister aan de Tweede Kamer) geldt de overbruggingsregeling echter alleen voor windturbineparken waarvoor op 30 juni 2021 al
definitievetoestemmingen in het ruimtelijke spoor en het milieuspoor waren verleend: omgevingsvergunningen die inmiddels onherroepelijk zijn geworden. Als wel beroep is ingesteld en de omgevingsvergunning uitging van de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit, dan is de vergunning vernietigd zodat van een onherroepelijke vergunning geen sprake is, aldus de toelichting. De rechtbank is van oordeel dat in artikel 3.15b van het Activiteitenbesluit onder ‘verleende omgevingsvergunning’ moet worden verstaan ‘onherroepelijk verleende omgevingsvergunning’, omdat dit de bedoeling van de wetgever is én het in strijd is met Europees recht als de overbruggingsregeling ook van toepassing zou zijn op een windturbinepark waarvoor nog geen onherroepelijke omgevingsvergunning is verleend. Overigens is de rechtbank van oordeel dat wanneer wel zou (moeten) worden uitgegaan van de letterlijke wettekst, dit zou betekenen dat de overbruggingsregeling buiten toepassing gelaten zou moeten worden vanwege strijdigheid met de SMB-richtlijn. De rechtbank kiest er in dit verband voor om de overbruggingsregeling zoveel mogelijk uit te leggen conform het EU-recht en dus uit te gaan niet van enkel een verleende vergunning, maar van een onherroepelijke vergunning.