De zaak betreft het verzoek van de gecertificeerde instelling Bureau Jeugdzorg Limburg tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een 17-jarige jongen tot zijn meerderjarigheid. De minderjarige vertoont een volledig gestagneerde ontwikkeling, heeft geen dagbesteding en houdt alle hulpverlening af. Ondanks een beschikking van het gerechtshof dat het hoofdverblijf bij de moeder is, woont hij bij zijn vader en is het contact met de moeder beperkt.
Tijdens de zitting op 25 augustus 2023 was de vader aanwezig en gaf hij aan akkoord te zijn met verlenging, terwijl de moeder niet verscheen. De kinderrechter oordeelt dat de ouders onvoldoende in staat zijn om de bedreiging in de ontwikkeling zelfstandig weg te nemen. De minderjarige en zijn vader onderhouden minimale contacten met de GI en komen afspraken niet na.
De kinderrechter wijst de verlenging toe voor drie maanden en houdt het verzoek voor het overige aan. Er wordt een plan verlangd dat de minderjarige samen met zijn ouders en de gezinsvoogd opstelt, gericht op dagbesteding, emotioneel welzijn, en contact met ouders. Op 31 oktober 2023 vindt een vervolggesprek plaats om de voortgang te bespreken. De beslissing is ook in een brief aan de minderjarige toegelicht.