AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Wijziging gecertificeerde instelling na verhuizing minderjarige naar ander arrondissement
De zaak betreft een verzoek van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg (GI) om de uitvoering van de ondertoezichtstelling van een minderjarige over te dragen aan Jeugdbescherming Brabant, omdat de minderjarige sinds half augustus bij de vader woont in een ander arrondissement.
De kinderrechter overweegt dat de verhuizing en schoolgang in het nieuwe arrondissement een praktische overdracht van de ondertoezichtstelling noodzakelijk maken. Hoewel Jeugdbescherming Brabant geen bereidverklaring heeft afgegeven, is dit volgens artikel 1:259 BWPro niet vereist voor vervanging van de GI.
De moeder en vader hebben geen verweer gevoerd en stemmen in met de overdracht. De kinderrechter wijst het verzoek toe en vervangt de GI door Jeugdbescherming Brabant, maar wijst de uitvoerbaarverklaring bij voorraad af omdat tegen deze beslissing geen rechtsmiddelen openstaan.
Uitkomst: De kinderrechter vervangt de gecertificeerde instelling Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg door Jeugdbescherming Brabant vanwege de verhuizing van de minderjarige.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/03/320414 / JE RK 23-1344
Datum uitspraak: 4 september 2023
Beschikking van de kinderrechter over de vervanging van de gecertificeerde instelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Roermond,
betreffende
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonend in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonend in [woonplaats 2] .
1.Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoek met bijlagen van de GI van 21 juli 2023, binnengekomen op 21 juli 2023;
de brief van de GI over het niet horen van [minderjarige] , binnengekomen op 25 juli 2023;
de door de GI nagezonden reactie van de moeder op het evaluatieverslag, binnengekomen op 27 juli 2023;
de brief van de GI over de ontbrekende bereidverklaring, binnengekomen op 8 augustus 2023.
1.2.
Op 24 augustus 2023heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
een vertegenwoordigster van de GI;
de moeder;
- vader.
2.De feiten
2.1.
Het gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. [minderjarige] woont sinds half augustus bij de vader.
2.2.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 16 mei 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI en is tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, verleend, met ingang van 16 mei 2023 voor de duur van een jaar.
3.Het verzoek
3.1.
De GI heeft verzocht haar, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking, te vervangen door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant (hierna te noemen: Jeugdbescherming Brabant). Daartoe stelt zij dat de uitvoering van de ondertoezichtstelling vanwege het feit dat [minderjarige] bij de vader in [woonplaats 2] gaat wonen, moet worden overgedragen aan Jeugdbescherming Brabant.
3.2.
Tijdens de zitting heeft de GI aanvullend naar voren gebracht dat Jeugdbescherming Brabant geen bereidverklaring wil afgeven. Jeugdbescherming Brabant is van mening dat de GI de plaatsing van [minderjarige] bij haar vader in [woonplaats 2] moet opvolgen omdat eerst bekeken moet worden hoe bestendig deze overgang naar de vader is. Dit is voor de GI echter niet uitvoerbaar. De GI is niet alleen niet op de hoogte van de sociale kaart in Brabant, maar ook zou zij bij een spoedgeval niet tijdig aanwezig kunnen zijn. Gelet op het definitieve karakter van de plaatsing van [minderjarige] in Brabant, is een overdracht aangewezen.
4.Het standpunt van de belanghebbenden
4.1.
De moeder heeft geen verweer gevoerd. Het is begrijpelijk dat de uitvoering van de ondertoezichtstelling wordt overgedragen naar Jeugdbescherming Brabant.
4.2.
De vader heeft geen verweer gevoerd. Een overdracht van de uitvoering van de ondertoezichtstelling is logistiek gezien makkelijker.
5.De beoordeling
5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 1:259 BWPro kan de kinderrechter de gecertificeerde instelling die belast is met de ondertoezichtstelling over de minderjarige, vervangen door een andere gecertificeerde instelling op verzoek van de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft, de raad voor de kinderbescherming, een met het gezag belaste ouder of de minderjarige van twaalf jaar of ouder.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen op de zitting is besproken is gebleken dat [minderjarige] inmiddels bij de vader in [woonplaats 2] verblijft, waar zij ook naar school zal gaan. Dit is niet een beslissing die lichtvaardig is genomen. Uit de reeds genoemde beschikking van 16 mei 2023 volgt immers dat een plaatsing bij de vader in [woonplaats 2] al langer onderwerp van gesprek was. Tijdens die zitting is, zoals blijkt uit de beschikking, een plaatsing van [minderjarige] bij de vader uitgebreid aan de orde geweest. Ook daar is geconstateerd dat het niet voorspelbaar is hoe het komende jaar er gaat uitzien en wat de plaatsing bij de vader gaat opleveren, maar dat de situatie bij de moeder zeker niet voorspelbaar is. Dat betekent dat iedereen ervan overtuigd is dat [minderjarige] op haar plek zal zitten bij de vader en dat daar moet worden ingestoken op hulp. Hierop gelet komt het de kinderrechter, met de GI, praktischer voor dat de GI, die nu belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] , de uitvoering van de ondertoezichtstelling overdraagt aan Jeugdbescherming Brabant. In dit verband overweegt de kinderrechter dat uit artikel 1:259 BWPro niet volgt dat een bereidverklaring van een gecertificeerde instelling noodzakelijk is, voordat deze als vervanger aangewezen kan worden. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
5.3.
De verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad zal worden afgewezen, omdat tegen deze beslissing geen gewone rechtsmiddelen open staan.
6.De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
vervangt de gecertificeerde instelling Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, gevestigd te Roermond, door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Eindhoven;
6.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven door mr.drs. C.M.J. van den Acker, kinderrechter, in aanwezigheid van C.L.G. Lousberg als griffier, op 4 september 2023.