ECLI:NL:RBLIM:2023:5395
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs productie en bezit cocaïne en amfetamine
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorbereiden en bevorderen van de productie van cocaïne en het bezit van grote hoeveelheden cocaïne en amfetamine. Op 27 juli 2021 werd in de woning van de vader van verdachte een drugslaboratorium aangetroffen met diverse chemicaliën, drugs en voorwerpen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het eerste feit, maar stelde wel bewijs voor het tweede feit, mede gebaseerd op DNA-sporen op sigarettenpeuken en chatberichten op de telefoon van de medeverdachte, de vader van verdachte. De verdediging pleitte integrale vrijspraak wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat hij de aangetroffen voorwerpen en drugs in de woning bezat of betrokken was bij drugshandel. Het DNA op de sigarettenpeuken en de chatberichten waren onvoldoende om betrokkenheid aan te tonen. Verdachte was niet aanwezig in de woning bij de doorzoeking en er was geen ander overtuigend bewijs.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer op 11 september 2023.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor betrokkenheid bij productie en bezit van cocaïne en amfetamine.