Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
eiser,
1.[gedaagde sub 1] ,
1.De procedure
- het vonnis in deze zaak van 28 juni 2023
- de akte van [gedaagden] van 12 juli 2023.
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een geldlening en daarbij behorende rente van gedaagden. Gedaagden werden in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van reeds gedane betalingen, maar slaagden hier niet in. De kantonrechter wijst daarom een bedrag van €2.300,00 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 april 2022.
Eiser vordert tevens rente over de hoofdsom en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding, omdat gedaagden vanaf dat moment in verzuim zijn. De incassokosten worden toegewezen tot het wettelijke maximum van €300,00.
Gedaagden verzoeken om vergoeding van hun proceskosten, maar de kantonrechter oordeelt dat, gezien het deels onrechtmatig handelen van eiser en het deels gegrond zijn van diens vordering, de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €2.300,00 plus wettelijke rente vanaf 8 april 2022, met compensatie van proceskosten.