Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1]
[gedaagde sub 2] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 2 november 2022 en de daarin genoemde processtukken,
- de akte uitlating van Fidusud met producties,
- de antwoordakte van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
In deze zaak eist Fidusud, een buitenlandse rechtspersoon, terugbetaling van een krediet dat aan gedaagde is verstrekt. De kredietovereenkomst betrof een kredietlimiet van €3.500,00, waarbinnen gedaagde meerdere opnames kon doen. De kantonrechter oordeelde in een tussenvonnis dat Fidusud haar zorgplicht heeft geschonden door de kredietwaardigheid van gedaagde onvoldoende te toetsen, waardoor alleen het geleende bedrag terugbetaald hoeft te worden, zonder rente of kosten.
De kern van het geschil betrof het vaststellen van het openstaande bedrag. Fidusud stelde dat gedaagde in totaal €4.840,46 had ontvangen, maar dit kon zij onvoldoende onderbouwen. Uit het administratieve uittreksel bleek dat gedaagde bij aanvang €3.500,00 ontving en daarna nog €1.120,00 opnam, wat samen €4.620,00 maakt. Gedaagde had tot op heden €1.916,93 afgelost, wat niet werd betwist.
De kantonrechter concludeerde dat het openstaande bedrag €2.703,07 bedraagt en veroordeelde gedaagde tot betaling daarvan. De proceskosten werden aan Fidusud opgelegd wegens haar schending van de zorgplicht en het onnodig voeren van deze procedure. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde moet €2.703,07 terugbetalen aan Fidusud zonder rente en kosten.