Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om haar woning voor een maand te sluiten vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid hennep en attributen voor drugshandel. De burgemeester achtte de sluiting noodzakelijk om herhaling te voorkomen en de woning uit het drugscircuit te halen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, maar dat de nadelige gevolgen voor verzoekster, zoals het (permanente) verlies van de woning door ontbinding van de huurovereenkomst, plaatsing op een zwarte lijst en het niet kunnen volgen van een noodzakelijke groepsbehandeling voor ernstige psychiatrische problematiek, zwaar wegen. Verzoekster kon vanwege haar kwetsbare situatie de drugshandel niet voorkomen.
De rechter concludeert dat de belangenafweging in dit voorlopige oordeel uitwijst dat het belang van verzoekster bij het behoud van haar woning en therapie zwaarder weegt dan het belang van de burgemeester bij onmiddellijke sluiting. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, blijft de woning open en wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.