Op 6 januari 2013 werd het stoffelijk overschot van een onbekende vrouw aangetroffen in Maastricht. Ondanks diverse onderzoeken kon haar identiteit niet worden vastgesteld. Het NFI stelde een autosomaal DNA-profiel vast, dat in 2013 in de Nederlandse databank Vermiste Personen werd opgenomen. Na een rechtshulpverzoek aan België bleek een DNA-match met een bloedspoor in een Belgische strafzaak, maar identificatie bleef uit.
De officier van justitie vorderde een machtiging voor een actief, grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek via SNP-DNA-profielen in de private genealogische databanken GEDMatch en FamilyTreeDNA. Dit onderzoek is gericht op het vinden van verwanten van de onbekende vrouw om haar identiteit vast te stellen. De vergelijking vindt alleen plaats met profielen van personen die expliciet toestemming hebben gegeven voor justitieel gebruik.
De rechter-commissaris overwoog dat dit onderzoek niet valt onder de klassieke DNA-onderzoeken waarvoor een machtiging verplicht is, maar dat de officier van justitie uit zorgvuldigheid toch om machtiging vroeg. Gelet op de aard van het onderzoek, de vrijwillige deelname van betrokkenen en het belang van het onderzoek, concludeerde de rechter-commissaris dat de machtiging kan worden verleend zonder schending van proportionaliteit of subsidiariteit.
De machtiging werd op 1 mei 2023 verleend door rechter-commissaris F.L.G. Geisel, waarmee het DNA-verwantschapsonderzoek kan worden uitgevoerd om de identiteit van de mogelijke slachtoffer vast te stellen.