Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2023 in de zaken tussen
[eiser 1] ,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren
[naam vergunninghouder]uit [woonplaats] (vergunninghouder)
Rechtbank Limburg
Verweerder heeft vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een schuilgelegenheid in agrarisch gebied, met toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid uit het facetbestemmingsplan. Eisers maakten bezwaar tegen deze besluiten en stelden dat niet aan de voorwaarden van de afwijkingsbevoegdheid was voldaan, met name over de oppervlakte, het aantal gebouwen en de landschappelijke inpassing.
De rechtbank beoordeelde of verweerder bevoegd was de vergunning te verlenen en of hij in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de omliggende agrarische percelen als één perceel heeft aangemerkt, waardoor de oppervlakte van 50 m² binnen de toegestane norm valt. Ook vond de rechtbank dat het voorschrift om een bestaande schuilgelegenheid binnen drie maanden na realisatie te verwijderen voldoende zekerheid biedt.
Ten aanzien van de landschappelijke inpassing oordeelde de rechtbank dat de vergunningvoorschriften voldoende afdwingbaar zijn, ook bij vervreemding van het perceel. De vrees van eisers voor (stank)overlast werd niet als nieuwe beroepsgrond erkend. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de vergunningverlening met binnenplanse afwijking.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de omgevingsvergunning met binnenplanse afwijking.