Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2023:6266

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
19 oktober 2023
Publicatiedatum
26 oktober 2023
Zaaknummer
323353 HA RK 23-175
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping wrakingsverzoek tegen rechter wegens onbevoegdheid en partijdigheid

Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen een voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, stellende dat deze rechter niet bevoegd zou zijn en mogelijk partijdig vanwege eerdere uitspraken over de capaciteiten van een van de verzoekers.

De wrakingskamer stelde vast dat verzoekers uitgingen van een eigen visie op het staatsbestel en de rechtsgeldigheid van de Grondwet, wat leidde tot de stelling dat rechters niet bevoegd zouden zijn. De kamer verwierp deze argumenten als onnavolgbaar en zonder nadere motivering.

Daarnaast oordeelde de wrakingskamer dat het verzoek onvoldoende was onderbouwd omdat er geen specifieke feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen.

De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek tot wraking ongegrond is en bevestigde de legitimiteit en onpartijdigheid van de rechter binnen het Nederlandse rechtssysteem.

Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter is ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en onnavolgbare argumenten.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Wrakingskamer
Zaaknummer: 323353 / HA RK 23-175
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker sub 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
[verzoeker sub 2] ,
wonende te [woonplaats 2] , en
de vereniging
[verzoekster sub 3] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekers,
advocaat: mr. B.H.A. Augustin, advocaat te Urmond
dat strekt tot wraking van mr. J.W. Rijksen, voorzieningenrechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

1.Het verloop van de procedure

Op 17 oktober 2023 is ter griffie een brief ontvangen in de zaak - een voorlopige voorziening - met zaaknummer 322326 KG ZA 23-342 tussen de Staat der Nederlanden en Youri Plate waarin namens verzoekers - zo begrijpt de wrakingskamer - de rechter wordt verzocht zich te verschonen en de zaak te verwijzen naar een andere rechtbank.
De rechtbank heeft verzoekers op 18 oktober 2023 laten weten dat de rechter geen aanleiding ziet om zich te verschonen.
Op 19 oktober 2023 is tijdens de behandeling van de voorlopige voorziening namens verzoekers een verzoek tot wraking van de rechter ingediend. De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van die zitting.
De mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking heeft dezelfde dag plaatsgevonden ter zitting van de wrakingskamer. Verzoekers, bijgestaan door hun advocaat mr. Augustin, zijn verschenen. De rechter is met bericht niet verschenen.
De wrakingskamer heeft op 19 oktober 2023 mondeling uitspraak gedaan. De schriftelijke uitwerking daarvan volgt hierna onder punt 3.

2.De gronden van het verzoek

Namens verzoekers wraakt mr. Augustin de rechter omdat een kantonrechter, verbonden aan de rechtbank, op een eerder moment een beschikking heeft gegeven waarin hij oordeelt over de capaciteiten van verzoeker [verzoeker sub 1] . In die zaak, waarin hoger beroep is ingesteld, is de rechtbank partij. De onderhavige zaak hangt samen met de zaak in hoger beroep omdat ook in deze zaak de capaciteiten van Plate ter discussie worden gesteld onder verwijzing naar voornoemde beschikking.
Verzoeker [verzoeker sub 1] voegt eraan toe dat hij de rechter ook wraakt omdat hij zijn bevoegdheid als rechter niet kan aantonen.

3.De beoordeling

De wrakingskamer stelt vast dat verzoekers, waar het de tweede wrakingsgrond betreft, van een andere visie op de samenleving en haar wetten en regels uitgaan dan de wrakingskamer. Zij stellen - zo begrijpt de wrakingskamer - dat de Grondwet ten gevolge van het handelen van koningin Wilhelmina tijdens en kort na de tweede wereldoorlog niet rechtsgeldig meer is, zodat wetten en regelingen die gebaseerd zijn op die Grondwet ook niet langer rechts-geldig zijn. In het vervolg van hun betoog stellen verzoekers dat rechters in Nederland ook daarom niet bevoegd zijn om te beslissen over de zaken die hun worden voorgelegd.
De wrakingskamer gaat uit van de legitimiteit van het Nederlands staatsbestel. Binnen dat bestel zijn beëdigde rechters bevoegd hun taken uit te oefenen. De argumenten van verzoekers tegen de juistheid van dat uitgangspunt van de wrakingskamer zijn onnavolgbaar en de wrakingskamer zal die argumenten dan ook om die reden zonder nadere motivering verwerpen.
Ten aanzien van de eerste wrakingsgrond geldt het volgende. Ingevolge artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Het subjectieve standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid moet objectief gerechtvaardigd zijn.
Ook op deze (eerste) grond kan dit verzoek tot wraking niet slagen omdat deze zich ogenschijnlijk tegen alle rechters in de rechtbank Limburg richt. Het feit dat verzoekers daarnaast geen feiten of omstandigheden hebben aangevoerd die specifiek de rechter betreffen en die zouden kunnen wijzen op diens vooringenomenheid, maken het verzoek naar het oordeel van de wrakingskamer ook onvoldoende onderbouwd, zodat ook inhoudelijk het verzoek tot wraking ongegrond is.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
- verklaart het verzoek tot wraking van de rechter ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. R.C.A.M. Philippart en
mr. H.H. Dethmers, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2023.