Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
(de rechtbank begrijpt: de app Find my iPhone)en kon hem twee keer op dezelfde plek vinden: 09.03.2022 om 20:45 uur in [adres 2] en 10.03.2022 om 8:53 uur in [adres 2] . Op Google Maps is dit een overheidsgebouw en blijkt het een asielzoekerswoning te zijn. De telefoon betreft een blauwe iPhone 12. De telefoon heeft een grijs (vegan plastic) hoesje en in het hoesje zit mijn bankpasje. De bankpas is rood en van [bank] , Duitsland . [5]
Ik zag dat het slachtoffer op 9 maart 2022 om 17.26 uur over de Sint Servaasbrug liep in de richting van de Maastrichter Brugstraat .
Ik zag dat achter het slachtoffer de verdachte liep. Ik herkende de verdachte op basis van eerdere zaken. Ik herkende de verdachte aan zijn gezicht en aan zijn kleding.
Ik zag dat de verdachte kort achter het slachtoffer liep en zijn rechterhand uitreikte naar de rugzak van het slachtoffer. Ik zag dat hij na enkele seconden zijn hand terug naast zijn eigen lichaam nam.
Ik zag dat het slachtoffer op 9 maart 2022 om 17.32 uur op de Grote Staat liep en ijssalon Pinky binnenliep, zoals ook in haar aangifte omschreven is.
Op basis van de zaken met registratienummers [nummer] en [nummer] (
de rechtbank begrijpt feit 1 en feit 3) kan ik concluderen dat de verdachte [verdachte] geboren op [geboortegegevens] 2001 betreft. [15]
(de rechtbank begrijpt: trainingspak)heeft gestolen. [17]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf van 8 maanden;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van 195,00 euro, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van 195,00 euro, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 3 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.