Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Ik meen dat het die [verdachte] was, want hij leek er erg op, ik weet het niet.”In latere verhoren is getuige opeens een stuk stelliger. Hij zegt dan dat hij zag dat [verdachte] met een mes in het been van aangever stak, “daar in dat steegje, een soort van portiek”. Juist die laatste toevoeging is opvallend, omdat getuige eerder verklaarde dat hij het stukje van het tackelen en datgene dat in het portiek is voorgevallen niet heeft meegekregen.
4.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
5.De beslissing
het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het
leven te beroven met een mes, in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp, in
het (rechter)been van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat
voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 27 februari 2022 in de gemeente Brunssum aan [slachtoffer]
[slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een (diepe) steekwond (van 3
tot 5 cm) in het been (waardoor een slagaderlijke bloeding werd veroorzaakt),
althans zwaar lichamelijk letsel aan het been, heeft toegebracht door met een mes,
in ieder geval een scherp en/of puntig voorwerp, in het (rechter)been van die
[slachtoffer] te steken;
( art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 27 februari 2022 te Brunssum ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar
lichamelijk letsel toe te brengen met een mes, in ieder geval een scherp en/of puntig
voorwerp, in het (rechter)been van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering
van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )