Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2023:6402

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 november 2023
Publicatiedatum
3 november 2023
Zaaknummer
10125871 \ CV EXPL 22-4262
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • S.C. Hagedoorn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 3 lid 1 Richtlijn 93/13/EEGArtikel 3 lid 2 Richtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onredelijk bezwarend rentebeding in overeenkomst buiten toepassing gesteld

In deze civiele procedure vordert 2settle mediators & juristen B.V. betaling van een consument voor verrichte diensten. De kantonrechter beoordeelt de redelijkheid van een rentebeding in de overeenkomst tussen partijen, waarbij de consument zich beroept op de oneerlijkheid van dit beding.

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis waarin partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over de vermeende oneerlijkheid van artikel 6.4 van de overeenkomst. 2settle stelt dat het beding niet oneerlijk is omdat de consument vooraf bekend was met het beding en de oud-werkgever de factuur zou voldoen. De kantonrechter oordeelt echter dat er geen sprake is van afzonderlijke onderhandeling over het beding en dat het beschermingskarakter van Richtlijn 93/13/EEG prevaleert.

Het rentebeding van 10% direct opeisbare rente wordt als onredelijk bezwarend voor de consument aangemerkt en daarom buiten toepassing gelaten. Ook een extra vergoeding voor het versturen van sommatiebrieven wordt als oneerlijk beoordeeld en buiten toepassing gesteld. De consument wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Consument wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsom, incassokosten en proceskosten, met buiten toepassingstelling van onredelijke bedingen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10125871 \ CV EXPL 22-4262
Vonnis van de kantonrechter van 25 oktober 2023
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
2SETTLE MEDIATORS & JURISTEN B.V.,
gevestigd te Heerlen,
eiseres,
gemachtigde: mr. A.B. van Rijn,
tegen:
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: J.A.E.M. [gedaagde] -Brouwers.
Partijen worden hierna genoemd: ‘2settle’ en ‘ [gedaagde] ’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 30 augustus 2023;
  • de akte van 22 september 2023 aan de zijde van 2settle;
  • de akte van 22 september 2023 aan de zijde van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter verwijst naar hetgeen in het tussenvonnis van 30 augustus 2023 is overwogen en beslist.
2.2.
In dit tussenvonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de vermoede oneerlijkheid van artikel 6.4 van de tussen partijen gesloten overeenkomst en het voornemen van de kantonrechter om dit artikel buiten werking te stellen. Kortgezegd betoogt 2settle dat toepassing van het beding in dit geval niet oneerlijk is, omdat [gedaagde] daarin vooraf gekend is en de oud-werkgever van [gedaagde] de factuur van 2settle zou voldoen. Daarom is er geen sprake van een verstoring van het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument. [gedaagde] acht het beding oneerlijk, omdat 2settle geen goede reden heeft gegeven waarom de vertragingsrente in haar overeenkomst hoger is dan de wet voorschrijft.
2.3.
De door 2settle naar voren gebrachte stellingen zijn van onvoldoende gewicht om de inhoud van artikel 6.4 van de overeenkomst, gezien het beschermingskarakter van Richtlijn 93/13/EEG (hierna: ‘de richtlijn’), te rechtvaardigen.
2.4.
Ten eerste stelt 2settle dat [gedaagde] ‘afdoende tijd’ heeft gehad om de overeenkomst goed en aandachtig door te lezen voordat hij zijn handtekening onder de overeenkomst heeft gezet. Omdat hij geen opmerkingen had over de inhoud, is hij daarmee integraal akkoord gegaan. Dat is niet voldoende. Artikel 3 lid 1 van Pro de richtlijn is van toepassing op bedingen in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld. De kantonrechter acht het gezien de aard en inhoud van artikel 6.4 van de overeenkomst zeer onwaarschijnlijk dat partijen over dit beding afzonderlijk hebben onderhandeld. Artikel 3 lid 2 van Pro de richtlijn bepaalt dat de verkoper die het tegendeel stelt, hiervan de bewijslast draagt. Voor zover 2settle dat heeft beoogd, heeft zij daarvoor in haar akte onvoldoende gesteld, laat staan voldoende bewezen.
2.5.
Het is verder niet relevant dat de oud-werkgever van [gedaagde] al dan niet de juridische kosten van [gedaagde] zou voldoen. De overeenkomst bindt namelijk 2settle en [gedaagde] als consument, ongeacht wie uiteindelijk de facturen voldoet. Die relatie is bepalend bij de toetsing of het rentebeding onredelijk bezwarend is. Aangezien een direct opeisbare rente van 10% van de hoofdsom in die relatie onredelijk bezwarend voor de consument is, zal het als een oneerlijk beding buiten toepassing worden gelaten.
2.6.
Tot slot heeft 2settle niet toegelicht waarom een extra vergoeding voor het versturen van sommatiebrieven in dit geval gerechtvaardigd is. Met de buitengerechtelijke incassokosten en proceskostenveroordeling wordt namelijk juist beoogd voor dergelijke werkzaamheden al een forfaitaire vergoeding toe te kennen. Ook dit beding zal daarom als oneerlijk buiten toepassing worden gelaten.
Conclusie en proceskostenveroordeling
2.7.
De conclusie is daarom dat [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van
€ 4.200,13, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2022 tot en met de dag van algehele betaling van de vordering. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de door 2settle buitengerechtelijke kosten volgens de staffel buitengerechtelijke incassokosten (BIK). In dit geval bedragen die kosten € 545,01.
2.8.
[gedaagde] zal verder als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van 2settle, welke tot op heden worden begroot op:
  • griffierecht: € 514,00
  • dagvaardingskosten: € 105,31
  • salaris gemachtigde: € 528,00 (2 punten x tarief € 264,00)
  • nakosten:
Totaal: €
1.279,31
2.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3. De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan 2settle van een bedrag van € 4.200,13, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2022 tot en met de dag van algehele betaling;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan 2settle van een bedrag van € 545,01 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dit vonnis tot en met de dag van algehele betaling;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van 2settle tot op heden begroot op € 1.279,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele betaling;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2023.