De Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid en aanverwante stichtingen vorderden van een werkgever in de bouwnijverheid een bedrag van €3.002,79 aan pensioenpremies. Na herinneringen en inzet van een incassobureau werd een bedrag van €3.002,79 betaald, maar bleef een restant van €543,12 openstaan. De stichtingen beperkten hun vordering tot €500 plus wettelijke rente en incassokosten.
De werkgever erkende de hoofdsom en de te late betaling, maar betwistte de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten omdat in de aanmaning niet was gespecificeerd welk deel van de incassokosten betrekking had op btw. De kantonrechter oordeelde dat er geen verplichting bestaat om de btw-component te splitsen in de aanmaning en dat het niet vermelden hiervan de betalingsverplichting niet ontslaat.
De vordering werd toegewezen inclusief wettelijke handelsrente vanaf 17 april 2023. De werkgever werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,49. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.