Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2023:6406

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 november 2023
Publicatiedatum
3 november 2023
Zaaknummer
10561086 \ CV EXPL 23-2515
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

In deze zaak vordert Stichting Weller Wonen de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte wegens een aanzienlijke huurachterstand. De gedaagde partij betwist de vordering niet, waardoor de kantonrechter de vordering toewijst.

De kantonrechter stelt vast dat de huurder een huurachterstand heeft opgebouwd tot en met juni 2023, inclusief buitengerechtelijke incassokosten. Op grond hiervan wordt de huurovereenkomst ontbonden en wordt de huurder veroordeeld om binnen twee weken na betekening het gehuurde te ontruimen en de sleutels af te geven.

Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten, wettelijke rente vanaf 12 juni 2023, en een vergoeding gelijk aan de huurprijs voor elke maand vanaf 1 juli 2023 tot aan de daadwerkelijke ontruiming. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van de eisende partij aan de huurder opgelegd.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, incassokosten en wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10561086 \ CV EXPL 23-2515
Vonnis van de kantonrechter van 1 november 2023
in de zaak van:
STICHTING WELLER WONEN,
gevestigd te Heerlen,
eisende partij,
gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,
tegen:
[gedaagde],
wonend [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde Alcander.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij
- de mondelinge behandeling op 24 oktober 2023, waarvan proces verbaal is opgemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Uit het antwoord van gedaagde partij en de behandeling ter zitting is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen. De ontstane achterstand rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
2.2.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
  • dagvaarding € 129,85
  • griffierecht € 487,00
  • salaris gemachtigde €
totaal € ‭1.080,85‬‬‬

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] ,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,
3.3.
veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 3.511,20 (zijnde het totaal van een bedrag van € 2.997,28 aan huurachterstand tot en met juni 2023 en een bedrag van € 513,92 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 juni 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 646,04 voor elke ingegane maand met ingang van 1 juli 2023 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,
3.5.
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van €‭ 1.080,85‬, ‬‬
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.