De rechtbank Limburg behandelde het beroep van eisers tegen een omgevingsvergunning verleend aan Meyme Properties BV voor het realiseren van 103 woningen in een bestaand pand met toevoeging van twee penthouses. Eisers voerden onder meer aan dat de vergunning in strijd was met de Ladder voor duurzame verstedelijking, onvoldoende parkeercapaciteit bood, en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden vanwege eerdere toezeggingen over het gebruik van de locatie.
De rechtbank oordeelde dat de Ladder niet van toepassing was vanwege de toepassing van de kruimelgevallenregeling. De belangenafweging en planologische toetsing waren naar het oordeel van de rechtbank juist uitgevoerd. De parkeercapaciteit voldeed aan het geldende parkeerbeleid, met een toename van het aantal parkeerplaatsen ten opzichte van de bestaande situatie. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de eerdere brief niet aan eisers was gericht en de inhoud een onjuiste interpretatie betrof.
Verder oordeelde de rechtbank dat eisers onvoldoende belanghebbende waren bij de overige beroepsgronden, waaronder de toetsing aan het Mor, Bouwbesluit, gastransportleiding en de financiering van het project. De Bibob-toets was inmiddels positief afgerond. De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid tot verlening van de vergunning had kunnen besluiten en verklaarde het beroep ongegrond.