3.3Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen
Op 14 december 2021 is, naar aanleiding van een positieve netmeting en een warmtemeting, binnengetreden in de woning aan [adresgegevens verdachte] . Op dat moment stonden op dit adres de verdachte en haar echtgenoot, medeverdachte [medeverdachte] , ingeschreven. [medeverdachte] heeft de verbalisanten binnengelaten en hen naar de kelder geleid. Daar heeft hij een sleutel uit een bakje gepakt en daarmee een deur in de kelder geopend, waarachter zich een in werking zijnde hennepkwekerij met 263 hennepplanten bevond.
In de kelder zagen verbalisanten een vlizotrap die leidde naar de inpandige garage op de begane grond van de woning. Door meerdere goederen die de vlizotrap in de kelder blokkeerden, was het fysiek onmogelijk om via de garage de kelder te bereiken. Deze kelderruimte was alleen vanuit de gang van de woning, via een vaste trap, bereikbaar.
Verbalisant [verbalisant] stelde, op grond van zijn kennis en ervaring, vast dat het om hennepplanten ging.
De verbalisanten constateerden de volgende indicatoren ten aanzien van eerdere hennepteelt:
- kalkaanslag op de onderzijde van alle plantenpotten;
- stofvorming op de in de kwekerij aanwezige apparatuur;
- sterke vervuiling aan houten panelen van de kweekruimte;
- sterke kalk/algenvorming op aan vocht blootgestelde apparatuur;
-resten potgrond en hennep op verschillende plaatsen in de kwekerij;
-gedroogde henneptoppen in een gripzak;
- data op in de kwekerij aanwezige bekabeling;
- gebruikte droognetten met daarin hennepresten/toppen;
- sterk vervuiling koolstoffilters, binnenzijde watervat, dompelpomp en waterslangen;
- productiedatum elektriciteitskabels 10 juli 2016;
- met hennep/THC vervuilde schaar, aangetroffen in kweekruimte;
- gebruikte fles slaolie;
- een plasticzak gevulde met gebruikte latex handschoenen.
Tevens werden hennepresten aangetroffen onder het grondzeil, alwaar de plantenpotten op stonden in de kweekruimte, alsmede hennepresten op twee knipscharen.
De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij wist dat er plantjes/stekjes in hun kelder stonden.
Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Aan de verdachte wordt primair verweten dat zij, al dan niet samen met een ander of anderen, de aangetroffen 263 hennepplanten heeft geteeld, dan wel aanwezig heeft gehad.
De hennepkwekerij is in de kelder van de woning van medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte aangetroffen. Zowel medeverdachte [medeverdachte] als verdachte hebben -kort gezegd en in grote lijnen overeenstemmend met elkaar- verklaard dat niet zij, maar onbekende anderen de betreffende hennepkwekerij in de kelder hadden opgezet. Hun verklaring komt erop neer dat medeverdachte [medeverdachte] , in het restaurant alwaar hij samen met verdachte haar verjaardag aan het vieren was en met haar op enig moment hun geldproblemen in verband met de medische kosten van hun hond aan het bespreken was, in het toilet werd aangesproken door een man -die hun gesprek had gehoord- die hen had aangeboden om te helpen. In hun woning zou hennepolie worden gemaakt om mensen die pijn hebben te helpen. Medeverdachte [medeverdachte] en verdachte zouden daarvoor € 2.000,- ontvangen.
De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of dit verhaal van de verdachten geloofwaardig is. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Zo hebben de verdachten op geen enkel moment -hoewel daarnaar meermaals nadrukkelijk werd gevraagd- enige gegevens van deze onbekende personen genoemd. Geen naam, geen signalement, geen nationaliteit; niets. Medeverdachte [medeverdachte] heeft in dit verband bij de politie verklaard dat deze personen op geen enkel moment een naam hebben genoemd. Dat zou dus betekenen dat medeverdachte [medeverdachte] en verdachte volstrekt onbekende mensen, van wie zij de naam niet eens wisten, gedurende langere tijd in hun woning zouden hebben gelaten om een hennepkwekerij op te zetten en te onderhouden. Dit alles bovendien in ruil voor een bescheiden beloning die zij, gezien de informatie die het dossier bevat over hun financiële situatie, niet duidelijk nodig hadden. De rechtbank gelooft dit verhaal niet. Verder valt op dat medeverdachte [medeverdachte] bij de politie heeft verklaard dat er, vlak voor het opzetten van de aangetroffen hennepkwekerij, wateroverlast in de kelder zou zijn geweest waardoor de opstelling door die onbekende personen werd ontmanteld. Toen de kelder werd leeggepompt en opgeruimd door medeverdachte [medeverdachte] , kwamen die personen terug en werd de aangetroffen hennepkwekerij (waarvan de planten op dat moment nog in de groeifase zaten) opgezet. Ook dit gelooft de rechtbank niet. Immers, hoe is te verklaren dat er op verschillende plekken in de kelder, die door de medeverdachte [medeverdachte] grondig zou zijn opgeruimd, door de politie hennepresten werden aangetroffen?
Kort en goed, de rechtbank acht de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] en de verdachte niet geloofwaardig. Dit betekent dat niet onbekende derden, maar zij beiden verantwoordelijk zijn voor de aangetroffen hennepkwekerij. Nu zowel medeverdachte [medeverdachte] als de verdachte enige betrokkenheid hebben ontkend en voor het overige geen openheid van zaken hebben gegeven, zal de rechtbank geen onderscheid tussen hen maken wat betreft de betrokkenheid bij de aangetroffen hennepkwekerij. Dit betekent dat zij samen de aangetroffen hennepplanten hebben geteeld.
De rechtbank acht dan ook het aan de verdachte primair verweten feit bewezen, te weten het medeplegen van het telen van de hennep op 14 december 2021.