Op 6 november 2023 heeft de rechtbank Limburg uitspraak gedaan over de ontnemingsvordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht tegen verdachte, die eerder veroordeeld werd voor medeplegen van hennepteelt op 14 december 2021.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, berekend op basis van één oogst met 263 hennepplanten. De bruto opbrengst werd vastgesteld op €28.579,95, verminderd met kosten van €2.222,47, wat resulteerde in een netto voordeel van €26.357,48. Verdachte betwistte de hoogte van dit bedrag en stelde slechts €2.000,- te hebben ontvangen als vergoeding voor het ter beschikking stellen van de woning.
De rechtbank oordeelde dat verdachte en haar echtgenoot verantwoordelijk waren voor de hennepteelt en dat er geen derden betrokken waren. Op grond van het bewijs, waaronder vondsten die duiden op een eerdere oogst, werd het voordeel vastgesteld op €26.357,48. Verdachte werd verplicht dit bedrag aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg te Maastricht, met mr. W. Loof als voorzitter en mr. D. Osmić en mr. J.S. Spijkerman als rechters.